De drie trappen van waarde: gevoel, kunst, geestelijkheid.
De Volksziel - Evert Vriezinga
Inhoud
De drie trappen van waarde: gevoel, kunst, geestelijkheid.
Gevoelens
Voor goed waardebesef is het van belang de drie trappen van waarde te kennen. De eerste graad of trap betreft het onmiddelijke, het ondoordachte, het op zichzelf staande: de gevoelens. Daar waar bijvoorbeeld vooral kinderen en dieren zich door laten leiden. Volwassenen, die soortgelijk zijn, noemen wij zonder verstand verstandelijk beperkten en onschuldig; met verstand noemen wij doorgaans kwaden, daar zij hun eigen driften boven de waarde van kostbaar leven en goed in de wereld stellen, en het zo schaden. Slechtheid is niet anders dan miskenning van waarde.
Kunst
Brengen wij meerdere gevoelsindrukken passend samen, dan smeden wij een grond tot besef van groter waarde, voorbij de lagere drift. Wij ervaren een geheel over tijd, wij zien de innere werking in, onze gehechtheid groeit; ofwel: ons waardebesef. Dit besef heet het hart, en de erkende waarden behoren tot de tweede trap van waarde. Deze wordt hier kunst genoemd, want: Nemen wij alle losse uitingen of schone indrukken (behorend tot de eerste trap van waarde) van een doorleerde uitbeelder, welvoegelijk bewust samengebracht: dan noemen wij dit kunst.
Gewichtig voor het onderhavige boekwerk: nemen wij samenlevende mensen, verbonden in overeenkomstige geest en trekken: dan noemen wij dit een volk. Deze samenscharing is geen zakelijke optelling. Samenzang en welvoegelijkheid is bepalend om tot een hogere trap van waarde te komen. Het begrip volk is meer dan de waarde van de optelling van diens leden. Als een mens sterft, sterft zijn volk niet. Dat deel van waarde van hem of haar blijft, zoals een boom die bladeren verliest en nieuwe aangroeit blijft, hoewel elk blad evenzeer boom is als elk ander onderdeel van de boom. Het volk waartoe men behoort en wat men is, is een belangrijk onderdeel van de waardigheid van een mens.
Alles van de tweede trap van waarde is, goed begrepen, kunst of een kunstwerk te noemen. In die zin is te stellen dat het hart van een mens kunst is (kunst kan allicht ook lijden en afschichtelijkheid weerspiegelen); dat ook een volk een kunstwerk is. En, in die zin is een volk vergelijkbaar met de natuur (plante- of diersoort), ook dat is een kunstwerk (in geestelijke zin geschapen door dé Schepper).
Het beginsel hier dus toegepast is het nemen van een enkel verschijnsel van iets voor de eerste trap van waarde, dat dan samenzangend samenvoegen met andere tot een nieuw geheel voor de tweede trap. Voor de derde, hoogste, trap wordt dit geheel weer welvoegelijk samengebracht met andere soortgelijke. Nu niet om op het begrip van meer te komen, maar het begrip alles. De drie trappen volgen zo de begrippen: één, meer, alles. In tijd bijvoorbeeld: nu, tijdspanne, eeuwigheid.
Geestelijkheid
Zoals de gevoelens samengebracht het hart smeedde, zo brengen welsamengevoegde harten het geestelijke voort: het waardebesef dat één leven of levensduur overstijgt, en daarmee het eigen tastbare leven. Schoon samengesloten opeenvolgende geslachten en een geestelijke genootschap bieden deze gewijde kennis: een geestelijke leer die hogere inzichten biedt voor eenieder. Een mens moet er dan voor open staan. Want (vanuit Christelijke hoek):
“Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.”
(1 Korinthiërs 2:14)
Maar hoe gaat men in de praktijk over van aardsgezindheid naar dit hemelse? Omdat het één hart overstijgt, moet men zich onthechten van eigen levenswensen. Niet alleen de lagere driften maar ook de hogere aardse levensdoelen. Nederigheid is noodzakelijk voor wat boven eigen aardse levenskunnen gaat. Aangaande geestelijkheid in de gedaante van een woord, zoals de Heilige Schrift, geldt:
“Maar daartoe moet dat woord dan ook kinderlijk geloofd, en in ootmoed aangenomen worden. Gelijk het brood, hoe krachtig en voedzaam ook, toch dan alleen ons natuurlijk leven onderhoudt, wanneer het door onzen mond gegeten en in ons lichaam opgenomen wordt, zoo strekt ook het woord Gods tot voedsel onzer zielen slechts dan, wanneer het door het geloof wordt aangenomen en in ons hart wordt ingeplant.” (Herman Bavinck. De offerande des lofs.)
Geestelijkheid is hier vooral weergegeven met de Christenheid. Het is het waard verder op dit onderwerp in te gaan, vooral vanuit andere geestelijke beschouwingen. Het volgend hoofdstuk over binnen- en buitengeestelijkheid zoekt dit tekort aan te vullen.
Hier is gesproken over geestelijkheid in de gedaante van het hoogste besef: de gevoelens samen bracht het hart, de harten samen het hoogste besef dat zaligheid, verlichting of de ziel genoemd kan worden. Dit was het innerlijke uitgangspunt. Uitgaande van het uitwendige, toepassende de voornoemde drie trappen één, meer, alles; komt men bij het samenbrengen van indrukken tot kunst, brengt men alle kunst samen, dat wil zeggen de beleving van de waardeschittering van alles, dan komt men bij het goddelijke of heiligheid. Samengevat:
Inwendig:
Gevoel - Hart - Zaligheid
Uitwendig:
Indruk - Kunst - Heiligheid
De drie trappen van waarde zijn op velerlei gebied toe te passen zoals macht:
Beïnvloeding - Beheersing - Almacht.
En aardse of stoffelijke kennis:
Gedachte - Verstand - Meesterschap.
En geestelijke kennis:
Inzicht - Wijsheid - Godgeleerdheid of Geestelijke Leer.
Van belang voor het onderhavige boekwerk zijn de drie waardetrappen in verband met het begrip volk. Reeds gesteld is dat in samenzang samengegroepte mensen iets vormen dat meer is dan de optelling der mensen, genoemd een volk (of ook stam, volksgroep en geslacht of averschap). Alle volkeren samen, welgeschaard, verbeelden de mensheid. De volle waarde van de mensheid bestaat slechts in welvoegelijk, met eerbied voor allen, samenbrengen van volkeren. In moorddadige strijd tegen één of tussen volkeren, of het onverschillig teloor doen gaan van eigen of ander volk, daarin kan de waardigheid van de mensheid niet bestaan. Men kan niet van losse mensen in één stap de mensheid maken omdat men niet de waarde “alles” kan erkennen zonder de waarde “meer” te erkennen.
Samengevat:
Mens - volk - mensheid.
Aangaande de waarde van een volk in de drie trappen van Gevoel - Kunst - Geestelijkheid is te stellen dat met betrekking tot het schone en verhevene, Kunst overeenkomt met het schone en Geestelijkheid met het verhevene, en dat Gevoel overeenkomt met losse, onsamenhangende, indrukken vanwege een volk.
