vrijdag 10 mei 2024

De Volksziel - Evert Vriezinga 

D2. H4. Nederlandse volksziel. Het schone echte. Het geweldige alles. Saturnus-Mars 

Een bijzonder eigen Nederlands gezegde is “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.”. Al snel wordt in Nederland iemand die zich bewust wil afzonderen van de rest, zogenaamd “meer wil zijn”, “mooi wil doen”, voor gek versleten. Van belang hier echter is voor een goed begrip de Nederlandse duiding van gewoon, die omschreven kan worden als: met de nuchtere werkelijkheid in verbinding blijvend. Hier in bijzonder met de nuchtere werkelijkheid van wat men is, en zich niet zo te verbeelden meer te zijn dan gewoon een mens. Ongewoon betekent zo de beide benen niet meer op de vaste grond hebben.

In dit gezegde en diens duiding ziet men dus de Nederlandse volksziel weerspiegeld. Ten eerste de algemeen Germaanse richting van Saturnus: het gevestigde. Ten tweede de eigen Nederlandse richting van Mars: openheid, klaarheid, eenvoud. Samen bijvoorbeeld: het open en klaar gevestigde. Of in één woord: werkelijkheid, echtheid, tastbaarheid, grondslag, het waarneembare. De werkelijkheid is immers wat men vaststeld (Mars) van het ontegenzeggelijke (Saturnus). Terug naar het voornoemde gezegde ziet men daarin de nadruk of voorliefde voor de nuchtere, feitelijke werkelijkheid weerspiegeld. 

Het richten op het klare gevestigde komt goed overeen met het open Nederlandse landschap, waar het vlakke land immers weinig verholen plaatsen herbergt. Voor denken en handelen richt men zich zo eenvoudigweg op wat waarneembaar is en wordt het onbewuste het onbewuste gelaten. In de Nederlandse volksziel is daardoor voor zin en waarde in de wereld, en dus ook kunst, het onbewuste leidend; en wel het onbewuste van wat men niet kan veranderen, ofwel het niet overdenken, maar eenvoudigweg voelen van wat eenvoudigweg is. 

De schoonheidszin van de Nederlander is gericht op de kracht van stevigheid (wat echt op de werkelijkheid is gebouwd is immers stevig); de schoonheid van stilte doordat men eenvoudig richt op wat is zonder meer, en het machtige alles, de voortgaande waarneming van wat eenvoudigweg is leidt uiteindelijk tot het begrip allesheid. Deze begrippen komen daardoor ook onder aan bod bij de Nederlandse kunstuitingen.

Deze Saturnus-Mars zielerichting geldt voor Noord-Nederlanders (Hollanders en andere), Zuid-Nederlanders (Vlamingen en andere) maar ook Afrikaners. Deze drie hebben een eigen bijzondere derde richting, waarover later meer. Waar hier over Nederlanders wordt gesproken wordt vooral in meerderheid de Nederlandstaligen in Europa bedoeld.

De kunstvorm die het meest eigen is aan de Nederlandse volksziel is de schilderkunst. Bij een schilderij ziet men alles, geheel, in één oogopslag, niets is er verborgen. Aan de muur is het een klaar en open (Mars) gevestigdheid of onveranderdheid (Saturnus). Een schilderij is plat (als het Nederlandse landschap), en met het feit dat het volledig in één keer waarneembaar is, is het de eenvoudigste en rechtstreekse van alle kunsten. In de geschiedenis munt de Nederlander ook uit in de schilderkunst zoals met de Vlaamse Primitieven (eerstelingen), de schilders van de zogenaamde Gouden Eeuw tot een Vincent van Gogh.

De waarde van schilderkunst als kunst ligt ten eerste in het onbewuste omdat alles direct gegeven is, minder in het mengsel van verstand en gevoel (letterkunde) of verbeelding (muziek). Dat wat in het zichtbare een sterke invloed heeft op de gevoelens of het onbewuste is licht. Zo maakt, in het veranderlijke Nederlandse weer, plots zonlicht blij, een grijs betrokken lucht neerslachtig; daarnaast geeft de duisternis van de nacht diepte en verhevenheid weer, helder daglicht klaarheid en schoonheid. Rembrandt van Rijn maakt veel gebruik van sterke tegenstellingen tussen donker en licht zoals in de bekende schilderijen: De Nachtwacht, Het feestmaal van Belsazar, De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis. Onder als voorbeeld het portret van Johannes Wtenbogaert door Rembrandt.


De Nederlandse volksziel van het klaar gevestigde komt in de kunst bijzonder tot uitdrukking in de schoonheid van het eenvoudige en de schoonheid van de stilte. Zaken waar onder andere Johannes Vermeer in uitblonk. In De Melkmeid ziet men de schoonheid van het eenvoudige, met de onderwerpskeuze van een eenvoudige keukenmeid en een gewone handeling. Doordat ze met zorgzame vrouwenhanden zich rustig toespitst op het gewoon melk gieten lijkt de tijd even stil te staan. De schone stilte wordt daarmee bijzonder goed weerspiegeld. Ook bijvoorbeeld bij de schilderijen Vrouw met weegschaal en Brieflezend meisje bij het venster lijkt de tijd stil te staan door de handelingen van de zacht optredende vrouwspersonen: het wegen en brief lezen. 

Aan de andere kant bestaan er ook veel (17e eeuwse) Noord-Nederlandse schilderijen die zich richten op de dagelijkse schone prikkeling van het onderbewuste door de eenvoudige werkelijkheid, vooral watergezichten, water weerspiegelt immers het onderbewuste, de onvaste wereld van gevoelens. Het alledaagse welbevinden waardoor men niets meer nodig heeft.


Jan van Goyen, gezicht op Leiden. 

Het begrip alles is al in verbinding gebracht met de Nederlandse zielerichting van het klaar gevestigde. Het doorvoeren van openheid op dat wat eenvoudigweg is, het gevestigde, leidt tot het begrip allesheid. Als geen ander vertolkt Pieter Bruegel de Oude (+1569) het oude Nederlandseigen begrip van het geweldige alles. Pieter Bruegel kan in die zin de meest Nederlandse schilder genoemd worden omdat hij het eenvoudige volksleven niet miskende, maar zelfs groots verhief, te zien bijvoorbeeld in zijn schilderijen Nederlandse gezegden (1559) en kinderspelen (1560). Allesheid staat ook in verbinding met de grondslagen van bestaan. Met Nederlandse gezegden is er een wereld geschapen die uit spreuken bestaat, zoals volksspreuken het hele bestaan in al zijn verschijningsvormen tracht te vatten. Tegelijk wordt ook een puzzel gemaakt voor een mens uit het volk om de hem bekende spreuken uit de beelden te vinden. Het toont ook een volk en tijd waarin een groot schilder dicht bij het volk staat. De voorwerpen van de spreuken geven ook de leefwereld van het volk weer. De kinderspelen weerspiegelt de kinderwereld, de grondslag voor ieders bestaan, met de over kindergeslachten, gedeelde, doorgegeven spelletjes. De waarde van het gedeelde, van het deel uitmaken van een bepaald volk met zijn gedeelde eigenheden, een thuisgemeenschap, wordt hier ook verkondigd. Veel spelletjes en gezegden kan men nog herkennen over meer dan vier en een halve eeuw, wat ook zijn waarde heeft.



Wat Pieter Breugel, zoals gezegd, nog meer de meest Nederlandse schilder maakt is dat hij als geen ander het echt Nederlandse begrip van de grote, verheven, allesheid uitgebeeld heeft. Er zijn verscheidene machtige doeken waarin dit geweldige alles te zien is: ten eerste is er de Toren van Babel, een gebouw als een reusachtige omgekeerde trechter van een draaikolk, die de hele mensheid meesleept in één idee en doel, om de mensheid als één volk met één taal een toren tot de hemel te doen bouwen om zelf als het ware God te worden. Zodoende raakte men bevangen door zelfoverschatting en erkende men dat wat boven zich uitgaat, een heilig God, niet meer. (Net zoals ieder trouwens, die de grote waarde van de verscheidenheid der volkeren, op alle gebieden, niet erkend een dwaas is.) Hierin vindt men ook de Nederlandse opvatting van de deugd van “gewoon doen”: jezelf niet meer te verbeelden dan men is in een hoogdravende waan, maar met beide benen op vaste grond te blijven. Het tweede schilderij waarin men het geweldige alles ziet is: De triomf van de dood. De dood in verscheiden vormen, vooral skeletten, voltrekken het onvermijdelijke noodlot dat niemand ontgaan kan. Van de Melkmeid kan men zeggen dat het bij uitstek de Nederlandse schoonheid van de eenvoudige stilte verbeeldt, van De triomf van de dood dat het bij uitstek het Nederlandse geweldige alles verbeeldt. Dat wat onvermijdelijk is (Saturnus), de dood, wordt in zijn volledigheid (allesheid), in al zijn vormen, getoond (Mars). Het is misschien wel het Germaanste schilderij aangezien de dood in het aardse leven het meest inperkend (Saturnus) is. Nederlanders snappen wellicht dat als men het kwade (Saturnus) in de wereld bewust (Mars) is het leven meevalt. 

De machtige (schone stevige) toren van Babel. 

De Nederlandse taal heeft niet de grondigheid in duiding als de Duitse en niet de eigenschap van het Engels waar veel woorden een bijzonderheid hebben als Chinese tekens. Het is eenvoudiger, vooral zonder vreemde woorden of leenwoorden, klaar door de omschrijvende eigenschap van voegwoorden. Doordat het Nederlandse volk omringd is door grotere volkeren is de eigen taal vaak overschaduwd en heeft het in de geschiedenis moeite tot bloei te komen. Men vindt in het verleden veel fransachtig en duitsachtig Nederlands en tegenwoordig engelsachtig Nederlands.

Dat, zoals gezegd, het onbewuste leidend is voor waarden voor Nederlanders verklaart waarom de wederdopers of doopsgezinden tijdens de reformatie in de 16e eeuw onder het gewone volk in de Lage Landen zoveel aanhang genoten. Het was feitelijk de inheemse vorm van protestantisme. Deze doopsgezinden benadrukten de gevoelsbeleving van geloof (“De letter doodt, maar de Geest maakt levend"), feitelijk een vorm van mystiek. De enige echte Nederlandse reformator is ook Menno Simons, waarnaar doopsgezinden ook vernoemd worden als Mennonieten. Doordat deze volksbeweging niet goed georganiseerd was en weinig aanhang onder de bovenlaag had was het niet goed in staat zich tegen de onderdrukking in de 16e eeuw te weren. Dit geheel anders dan de Calvinisten of Gereformeerden. Het Calvinisme vindt zijn oorsprong in de Fransman Johannes Calvijn en het Franse volk. Het had een leidende rol in de Nederlandse onafhankelijkheidsstrijd en werd uiteindelijk de heersende, publieke kerk in onafhankelijk Noord-Nederland. In het zuiden bleef de Rooms-Katholieke kerk heersend. Door de ontkerkelijking is er weinig van doopsgezinden en Gereformeerden over. Maar die zich het langst handhaven zijn de zogenoemde bevindelijke Gereformeerden. Het woord bevindelijk verwijst naar de grote ruimte die het gemoed bij deze gereformeerde richting krijgt. Het is zo, met feitelijk een nadruk op het onbewuste, de meest Nederlandse groep in Nederland. Ook omdat ze betrekkelijk traditioneel zijn, waar de doopsgezinden in Nederland erg veranderlijk zijn (anders dan bijvoorbeeld de Mennonieten in Noord- en Zuid-Amerika) en “persoonlijke vrijheid” schijnbaar belangrijker vinden dan eigen voortbestaan.

Wat betreft de derde zielerichting van Noord- en Zuid-Nederlanders, waar de grens tussen beide door de grote rivieren getrokken wordt, en Afrikaners het volgende. De Noord-Nederlanders zijn zakelijker en directer dan de Zuiderlingen die meer een goede verstandhouding zoeken te vormen. Anders dan Zuiderlingen staan Noorderlingen bekend om hun klaaggewoonte, dit doet men wellicht om zichzelf een houding te geven en in verbinding met anderen te treden, daar directheid boven omgangskunst in het Noorden gesteld wordt. De derde richting van Noord-Nederlanders is daarmee Saturnus (inperking) en Zuid-Nederlanders is Venus (schoonheid). In de bouwkunst ziet men dat wellicht weerspiegelt in het verschil tussen het stadhuis van Antwerpen, waar schoonheid zeer duidelijk een eigen doel is, en het oude stadhuis van Amsterdam, nu paleis op de Dam, waar strenge grootsheid overheerst (typisch van Hollands classicisme).

Stadhuis van Antwerpen: bij het grote voelt men ook een lichte toon 

Paleis op de Dam in 1900: groots en streng 

De figuur die Nederlanders in het algemeen goed vertegenwoordigd is de nuchtere, eenvoudige, plattelander. Als afzonderlijke figuren kan men de Noord-Nederlanders, in bijzonder Hollanders, zien als correcte ambtenaar die zijn vak als kunst ervaart; de Zuiderling, aan de andere kant, als een ingetogen bedachtzame gastheer, werkend bij een hotel of eigenaar van een buurtcafé. De derde zielerichting van de Afrikaners is Jupiter (uitbreiding), omgetwijfeld door de Duitse en Franse afstamming, naast de Nederlandse, die veel afrikaners hebben, daar de tweede zielerichting van deze beide volkeren Jupiter is. Afrikaans als taal is nog iets eenvoudiger dan Nederlands. De algemeen Nederlandse richting van het klaar gevestigde voelt vanuit Nederlandse hoek aangezet en benadrukt. Als figuur is de Afrikaner wellicht voor te stellen als een zelfstandige boer met een weidse blik.


0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage