D3. H2. De Chinese Volksziel - De verheven, hemelse ordening. Uranus: samenbinding
Hier wordt vooral de Han-Chinese volksziel besproken. Terzijde: Het grootste volk ter wereld.
Het Boek der Veranderingen of I Tjing is een van de oudste en invloedrijkste boeken van het Chinese volk. Het is een boek over waarzeggerij, wijsheid en wijsbegeerte. In het boek worden betekenissen van de 64 hexagrammen van de I Tjing omschreven en behelst ook commentaren die de Tien Vleugels wordt genoemd. Het boek wordt gerangschikt onder de Vijf Alouden of Klassieken en wordt toegeschreven aan de mythologische Keizer Fuxi, een van de Drie Verhevenen.
Deze bovenstaande korte omschrijving van de achtergrond van dit aloude werk toont hoezeer afzonderlijke betekenisvolle eenheden die samengebonden worden in een getal een rol spelen in het Chinese denken, ook tegenwoordig nog zoals in beleidsrichtlijnen van de Chinese regering als de Vier Moderniseringen en de Drie Vertegenwoordigingen. Het getal moet niet altijd letterlijk genomen worden zoals bijvoorbeeld bij: het tijdperk der 100 scholen, waarin er sprake is van veel maar niet nauwgezet 100 scholen. In dit verschijnsel ziet men de eerste richting van de Chinese volksziel weerspiegelt, namelijk Uranus, dat staat voor: afwijking, bijzonderheid, uniekheid, verandering, verbinding. Anders dan bij de Engelse volksziel blijven deze uniekheden echter niet van elkaar gescheiden door de eerste Engelse richting van Saturnus ofwel inperking, hier is er sprake van een verbinding. De verscheiden eenheden, zijnde samengebonden, vormen een stelsel; het vertegenwoordigt een belangrijk onderdeel van het Chinese denken: het belang van verbondenheid (waarbij men noodwendig van meerdere verscheiden eenheden uitgaat) en het belang van het stelsel, bijvoorbeeld een maatschappelijk. De Chinese gevoelsrichting kan daardoor goed als binding of samenbinding bestempeld worden.
Een voorbeeld hiervan is het kernbegrip van de Vijf Grondverbanden uit de Confuciaanse wijsbegeerte, die tot doel hebben het bevorderen van een goede samenleving: Ten eerste is er het verband tussen vader en zoon, waar de zoon de vader moet eren en gehoorzamen en de vader de zoon moet liefhebben en opbouwen. Ten tweede het verband tussen onderdaan en heerser, waar de onderdanen trouw aan de heerser zijn, terwijl de heerser rechtvaardig en zorgzaam naar zijn onderdanen handelt. Verder nog zijn er het verband tussen echtgenoot en echtgenote, tussen oudere en jongere broer, ten slotte tussen vriend en vriend.
Deze verbanden tonen ook hoe in het confucianisme het familieverband en een rijk overeenkomstig wordt benaderd, waar het verband tussen ouder en kind soortgelijk is aan het verband tussen heerser en onderdaan, maar waar bovengeschikten ook een belangrijke voorbeeldfunctie hebben die hun leiderschap rechtvaardigt. Deze nadruk op het stelsel en de verbanden weerspiegelt de kracht van de Chinese volksziel: te vatten dat de aard van de verbanden, de ordening, altijd bepalend is.
Om daar verder op door te gaan een grootse aanhaling toegeschreven aan Confucius (551-479 v. Chr.) uit het boek Daxue (Grote Leer):
“Wanneer het hart van een mens goed is zal het zich ontwikkelen. Wanneer de mensen ontwikkeld zijn is het familieverband welwerkend. Wanneer de families welwerkend zijn heeft de streek goed bestuur. Wanneer de streken goed bestuurd worden is er vrede en geluk in het rijk en de wereld. Van de Zoon des Hemels (de Keizer) tot aan het gewone volk, allen moeten de ontwikkeling van het zelf beschouwen als de grondslag van alles.”
Hierin ziet men ten eerste dat de enkeling (een eenheid) altijd in verband staat met de groep (het stelsel), en waarin het belang van deze ene mens voor de groep erkend wordt, niet in kil zakelijke zin maar in de warme betekenis van hart en wil. In het Chinese denken ziet men dus het pogen samen te brengen van de enkeling en het stelsel waarin het is ingebed, waar tegelijkertijd beide recht worden gedaan. Overeenkomstig het oude Chinese begrip van eenheid tussen mens en hemel. Zaken zoals de natuur, de gemeenschap en de enkeling beïnvloeden elkander wederkerig; een hoogste doel voor een mens is daardoor een te worden met het al.
In de Chinese geschiedenis is het Confucianisme leidend geweest in de belangrijkste instellingen en daardoor naar de mening van deze schrijver algemeen in de volksziel, waar andere belangrijke levensovertuigingen, zoals Taoïsme en Boeddhisme, ingebed werden in het Confucianistische stelsel. Zoals, als bovenstaand, waar de verbetering van de inborst van de mens door Taoïsme of Boeddhisme de grond is van verbetering het rijk of maatschappij. De Chinese Volksziel is daarom ook erg praktisch te noemen.
Confucius, die dus zo'n grote rol heeft gespeeld in de Chinese geschiedenis, richtte zich dus eerst op goede zeden en maatschappelijk belang. Hij greep terug op ouder Chinees gedachtengoed en hield traditie en voorouderverering hoog. Dit betekent dat invloedrijke Chinese wereldbeschouwingen bijzonder oud zijn en daarbij inheems. Door de invloed van het confusionalisme werden de ambtenaren verhoogd ten koste van de priesters, en ook het belang van onderwijs benadrukt. Het belang van de praktijk betekent immers ook het belang van het verstand en daardoor onderwijs. Dit onderwijs was echter niet louter of voornamelijk kaal zakelijk, maar allesomvattend, zoals de volgende wijze aanhaling aangeeft uit het werk Gesprekken van Confucius:
"Als een man misleidende schoonheid vermijdt en dingen van waarde eert, als hij zijn vader en moeder met al zijn kracht dient, als hij bereid is zijn leven te geven voor zijn heer en trouw blijft aan zijn vrienden, hoewel anderen misschien zeggen dat hij geen kennis heeft, moet ik hem geleerd noemen."
Een belangrijk doel van Confucius was dan ook door onderwijs mensen ontwikkeld, beschaafd, welsprekend, maar vooral deugdzaam te maken.
De Chinese gevoelsrichting Uranus, staat niet alleen voor eigenheid, maar ook, zoals gezegd, voor verandering. Het oudste invloedrijke werk voor de Chinese volksziel heet dan ook Het Boek der Veranderingen, waarmee dit hoofdstuk begonnen is. In het algemeen is te stellen dat in de Chinese wijsbegeerte verandering het uitgangspunt is voor denken en handelen waarbij bijvoorbeeld in het westen daarentegen met het Christendom het bestendige en zekere bepalend is. Vanwege de oudheid en praktische gerichtheid van het Chinese denken kan men echter ook stellen dat de Chinese wijsbegeerte beide verandering en blijvendheid samenbrengt.
Wellicht is te zeggen dat de beroemde Chinese uitvindingen van vuurwerk en het kompas de Chinese volksgeest goed weergeven: Bij een vuurwerkvertoning is er sprake van mooie, veranderlijke, verscheiden, maar bij elkaar passende flitsen; waar bij het kompas de naald ondanks de veranderlijke omstandigheden altijd naar één richting blijft wijzen.
Om weer te benadrukken dat het in de Chinese Volksziel niet gaat om samenbrengen van kale eenheden in een stelsel of wiskundig getal, de volgende treffende en ware aanhaling uit Gesprekken van Confucius waarin men ziet dat het draait om bezielde, levende, betekenisvolle gegevenheden.
"De Meester zei: Rang zonder schoonheid; plechtigheid zonder eerbied; rouw zonder verdriet, waarom zou ik het een blik waardig gunnen?”
Maar het verstand en het maatschappelijk bestel wordt niet geringschat, zoals de volgende aanhaling uit hetzelfde werk toont.
De Meester zei: "De edele koestert de geest, de onbeduidende man koestert slijk. Edelen vertrouwen op de wet, de onbeduidende man vertrouwt op gunst."
Het onderstaande schitterende en stijlvolle schilderij weerspiegelt verschillende genoemde beginselen van de Chinese volksziel.
Dit schilderij toont een deel van het oude zomerpaleis, welke helaas vernield werd door een Brits-Franse strijdmacht in 1860. Opmerkelijk in de Chinese bouwkunst zijn staande vormen (vergelijk Engelse 16e eeuwse huizen) maar vooral de stijl waarbij gebouwen van één verdieping met dak en al op elkaar lijken gestapeld zodat elke verdieping zogezegd betekenis krijgt, weerspiegelend het begrip van meerdere betekenisvolle samengebrachte eenheden. In het algemeen straalt de Chinese stijl in dit schilderij en de bouwkunst een ordelijke, bestendige, warme doordachtheid uit. De invalshoek van boven is ook de insteek van een overzichtelijk stelsel zoals van een plattegrond.

