woensdag 1 april 2026

D2. H5. De Amerikaanse volksziel.

 D2. H5. De Amerikaanse volksziel. Het droomland op losse schroeven. Saturnus - Neptunus. Schone welwillendheid. Verheven verwerkelijking.

Een idealistisch volk

De Amerikanen als Germaans volk hebben als eerste richting Saturnus: het gevestigde, ingeperkte, bestendige.

Voor de tweede richting is het zinvol naar Amerikanen zelf over hun land te horen. Zo spreekt men, nu of in het verleden, over een “oplichtende stad op een heuvel” (shining city on a hill), “een vuurbaken van hoop” (beacon of hope). Over de “Ontegenzeggelijk Lotsbestemming” (manifest destiny), in bijzonder voor de uitbreiding van de Verenigde Staten in Noord-Amerika. Over de uitzonderlijkheid van Amerika (American exceptionalism), of soms eenvoudigweg dat Amerika het beste land op aarde is. 

Men drukt zich zodoende vaak erg idealistisch uit: Amerika als een hoop, licht en ideaal, een land van onbeperkte mogelijkheden. En verwerpen Amerikanen bovenstaande, dan is dat omdat men sterke eigen, afwíjkende, idealen voor Amerika ziet. 

Dit alles sluit aan op Neptunus, dat staat voor: verbeelding, geloof, geest, dromen, idealisme, vrijheid, bontheid en betovering. Samen met Saturnus (dan in de zin van orde of gezag) leidt dat bijvoorbeeld tot een verbeelding dat zich uit op maatschappelijk gebied in de gedroomde beregeling of het ideale staatsbestel, rakend bovenstaande opsomming.

Met de duiding van gevestigdheid voor Saturnus, betekent dat met Neptunus ook het vestigen of verwezenlijken van dromen. Dit komt niet alleen tot uiting in pogen het ideale staatsbestel te verwerkelijken, maar ook in het begrip van “de Amerikaanse Droom”: de hoop (Neptunus) waar te maken een zeker bestaan (Saturnus) op te bouwen. Daarmee samenhangend zonnig gestemd (Neptunus) en praktisch gezind (Saturnus).

Nou draait de volksziel om het ongezegde, niet iets uitdrukkelijks als een staatsbestel of leidende wereldbeschouwingen. Maar leidende beginselen vormen de volksziel, en onderstaand hoofdstukdeel drukt uit waarom het in bijzonder voor het Amerikaanse volk ter zake doend is te noemen.


Vorming van het Amerikaanse volk

Amerika heeft een jong volk, maar een betrekkelijk oude staat. Zodoende is de vorming van het Amerikaanse volk goed na te gaan. Drie hoofdbegrippen hebben het Amerikaanse volk gevormd: het Engelse volk, zucht tot zelfstandigheid en ontginning. 


Het Engelse volk is bepalend geweest in de vorming van het Amerikaanse volk door volksplantingen en bezit van het oorspronkelijke gezag. Dit betekent een oorsprong van Saturnus-Uranus. 


De zucht tot zelfstandigheid is tot uiting gekomen in een onafhankelijkheidsstrijd. Deze ging samen met staatkundige eisen en welbewuste schepping van een nieuw bestel. Tekenend het grote staatkundige of politieke bewustzijn van Amerikanen, nog sterker dan andere Angelsaksische volkeren. Een idealisme dat met Neptunus strookt. Men kan zeker zeggen dat dit al in de Engelse volksziel aanwezig was, en ook een invloed van het christelijk geloof (wellicht te duiden als Neptunus-Saturnus) is daarin te herkennen. Deze zelfstandigheids- of vrijheidsdrang is vervolgens tot uiting gekomen in de aard van het nieuwe Amerikaanse staatsbestel zodat bijvoorbeeld nieuwe gezindheden konden ontstaan of oude voortleven (Jehovagetuigen, Mormonen, Scientology, Mennonieten, Amish en het christelijk geloof in het algemeen). 


Ontginning, ten eerste in de betekenis van ingebruikname van nieuw land, bood de Engelsen de kans tot nieuwe zelfstandigheid. De tweede betekenis, hoewel zelden genoemd, heeft het Amerikaanse volk bijzonder gevormd, dit is een verdere grootschaliger ingebruikname, en wel op ontzagwekkende schaal. Dit heeft niet alleen betrekking op vruchtbaar land en andere natuurbronnen, maar ook op de opname van een grote schare inwijkers. Denkend bijvoorbeeld aan de grote toestroom ordelijke en vakbekwame Duitsers wier opvoeding en scholing al waren bekostigd, en die goed in te passen waren vanwege hun verwante volksziel, door een uitgesproken amerikaniseringsdruk, en een gezagslaag die toen nog welbewust Angelsaksisch was en zijn eigenheid koesterde. 


Verzakelijking en vervlakking

Ontginning betekent echter verandering en verzakelijking. Zij het in het geval van verovering van een nieuw gebied door een stam of een rijk, in gebruikname van grondstoffen door bedrijven, stoffelijke vooruitgang, verstedelijking of grootschalige toestroom van inwijkers. In de tegenstelling nut-waarde wordt dan de eerste toonaangevend in het volksleven omdat nu een grootschalige verandering optreedt in macht en middelen zodat aloude samenzingende verhoudingen, ordeningen en normen worden opengebroken. Waarden verliezen het van macht en praktijk, schoonheid van doelmatigheid. De stand die leiding gaf aan deze ontginning wordt nu toonaangevend. In Amerika die van zakenlieden. Met het grote geld koopt die zich ook een grote invloed op pers, onderwijs en politiek. Tengevolge denken veel Amerikanen als een zakenmens.


Zo ziet men twee volkstrekken in de borst van het Amerikaanse volk opkomen, strijdend om voorrang. De idealistische, genoemd in de inleiding, van Saturnus-Neptunus; en diens kwade tegenhanger, de praktische, die idealen terugbrengt tot louter aards gewin. (Het Amerikaanse welvaartsevangelie, “prosperity gospell”, is daarvan zelfs een letterlijke weergave, diepe geestelijkheid omgevormd tot vooropstelling van geld en goed.) Deze kwade tegenhanger loochent de diepere betekenis der dingen, inbegrepen de volksziel zelf.


In ieder geval is de verzakelijking, door de ontginning, er de oorsprong van dat Amerikanen heel uitdrukkelijk, maar ook letterlijk en rechtstreeks zijn, in handel en wandel. Zo ziet men Amerikaanse vrouwen de make-up dik aanzetten en de mannen vaak erg snoevend doen. In het algemeen worden de dingen vaak gezwollen of bombastisch weergeven. De veroorzaakte vervlakking betekent ook dat Amerikanen, doordromend overkomen, maar in de meest algemene zin. Men mist de waardering en belangstelling voor het streek- en tijdsgebondene of het organisch eigene van een volk of volksdeel. Het is te onbepaald, te afgetrokken (abstract), men zou bijna zeggen continentaal. Andere Angelsaksen onderscheiden zich duidelijk van deze dromerige afgetrokkenheid. Buiten hun tongval verschillen bijvoorbeeld Canadezen van Amerikanen door hun meerkantiger denken, met meer belangstelling en kennis van geschiedenis, wijsbegeerte en de mens achter titels en partijen, meer de organise betekenis van alles. Veralgemeniserend is te stellen dat Amerikanen veel sneller een oordeel vellen en dingen politiseren zonder het geduldiger en dieper kijkend oog van andere Angelsaksen. 

Het van groot belang eerbied te hebben voor ieder volk. De zaak is hier echter dat de Amerikanen zelf geen eerbied hebben voor het begrip volk en zo, jammerlijk genoeg, de waarde van hun eigen volk miskennen. 

Het hele Westen kent een doorwerkende ontzieling en vervlakking door de “ontginning” van de vooruitgang. Amerika is echter nog een stap verder gegaan en is daarenboven toonaangevend in de wereld door de invloed van zijn waardeleringen, techniek en volksvermaak. 


Van Saturnus-Uranus naar Saturnus-Neptunus 

Met het begrip ontginning is overigens de overgang van het Engelse Saturnus-Uranus naar Saturnus-Neptunus goed na te gaan. Met gerichtheid op ontginning ontstaan een nadruk op nieuwheid en het praktische, wat overeenkomt met Mars, dat staat voor het opene, eenvoudige, rechtstreekse, maar ook het onderbewuste (zie de Russische volksziel). Zo ontstaat Saturnus-Mars-Uranus. Het bijzondere open en klaar gevestigde, of bewust het onbewuste vestigen, waarmee bijvoorbeeld het ideale of gedroomde vestigen in verband te brengen is.


Amerikaanse omgangsvormen. De schone welwillendheid.

De Amerikanen hebben een idealistische omgang: uitgaand en vriendelijk. Het komt voor dat wij Nederlanders het nep noemen omdat wij gericht zijn op de waarde van echtheid. Maar men moet bewust zijn van de Amerikaanse waarden om dier bedoelingen te vatten. In dit geval is het delen van zonnigheid, goede hoop en geluk. Amerikanen denken in begrippen van het goede verwezenlijken en snappen het belang van hoopgevendheid. In het schone en verhevene brengt ons dit bij het echt Amerikaanseigene van de schone welwillendheid of schone bedoelingen. De beleefdheid, snel zijn met een aardig praatje of vriendelijke woorden vertolken dit bij uitstek. Men zou het een Amerikaanse kunstvorm kunnen noemen. 

Het ongelukkige daarbij is dat door de voornoemde vervlakking Amerikaans Engels niet mooi is. Het is een midden tussen praktische zakenmanspraat en straattaal. Er is opvallend veel gebruik van woorden die in verband staan met rommel: “to mess with”, “mess up”, “...and stuff”. Amerikanen komen zo plat en laag volks over. Britse, maar ook bijvoorbeeld Australische vormen van Engels steken er gunstig tegen af; maar ook eigen Amerikaans Engels uit de jaren 1950. Daar is het plat-volkse zwierig volks met tegemoetkomende nuchtere omschrijvingswijzen, sprekend als gelijke. Men is veel minder afgetrokken dromerig, maar gegronder. Tegelijkertijd wel al uitdrukkelijk en rechtstreeks. Men ziet zo een overgang van gegrond idealisme naar losgezongen dromerigheid.


Bestendigde vrijheid en veelkleur 

Om de kernbetekenis van verbeelding voor Neptunus in praktijk te brengen is vrijheid noodzakelijk, dit is daardoor evenzeer een betekenis van Neptunus. Deze vrije verbeelding leidt tot bontheid (zie het Indiase volk). 

Deze vrijheid en veelkleur worden vervolgens gevestigd en bestendigd door Saturnus. Op het vlak van burgers ziet men zo in de VS de verheerlijking van menselijke vrijheden, maar gestoeld op weerbaarheid en zelfstandigheid (de stevige gevestigdheid van Saturnus). Op hetzelfde vlak komt bontheid tot uiting in een ikheidszinnigheid (individualisme) en mensenrechten.

Een andere vorm van het bestendigen van bontheid is groepsgewijs. Die groep die het gezag (Saturnus) bij uitstek vertegenwoordigt is de politie. Amerikanen munten uit in politieuniformkunst. Stedelijke politieuniformen blijven geëerbiedigd, zoals de kenmerkende New-Yorkse uniformen met de hoekige pet. De uniformen van de staatspolitie zijn echt bijzonder strak en stijlvol, met de licht naar voren hellende hoed, broekestreep en nette, gekleurde blouse (zie bijvoorbeeld die van Georgia, Nevada en Iowa). Het nieuwste Nederlandse politieuniform sinds 2014 steekt er heel ongunstig tegen af, die uit louter praktische overwegingen lijkt ontworpen, zonder eerbied voor traditie, eigenheid of schoonheid. Zonder klassiek element verliest men de betekenis van het bestendige en komt men onbewust terecht in een verzakelijkende kringloop met minder en minder betekenis. 

Een andere uiting van deze groepsgewijze vrijheid en bontheid zijn verscheidene voornoemde geloofsovertuigingen (Jehova’s, Amish, Scientology, Mormonen). Dan is er nog het opvallende en achtenswaardige voorbeeld van Santa Fe te noemen. In deze hoofdstad van New-Mexico (±90.000 inwoners) heeft men verplicht gesteld de aloude Pueblo bouwstijl te handhaven (Saturnus). Zo ontstaat een stad met een samenhangende eigen stijl die de gelijkvormigheid tussen steden doorbreekt. Alleen door de diepte gevende bestendigheid van Saturnus ontstaat betekenisvolle verscheidenheid. 


Wereldwijd zegevierend volksvermaak 

Amerika is bekend van zijn wereldwijd grote aftrek genietend volksvermaak (populaire cultuur). Hollywood, verscheiden muziekgenres en computerspellen komen hier boven. 

Filmkunst 

De Amerikaanse filmkunst is bijzonder geraakt door de verzakelijking. De zakenmens troont hier hoog boven de kunstenaar. Doordat geldelijk gewin zo sterk een bepalende kracht werd zijn Amerikaanse films hoofdzakelijk voortbrengsels van lopende bandwerk, formules en allerhande befrijfsoverwegingen; niet zozeer kunst maar goederen. 

Hollywood zelf heeft nooit de stijl van het realisme gekend (buiten de rechtbankfilm, zie onder). Zoals die wel tot uitdrukking kwam elders in de wereld, vooral in de jaren 1930 tot 1950. Realisme gaat uit van volwassenheid, waarheidsgetrouwheid, werkelijkheidszin, ernst en diepte. Deze dingen zijn echter niet noodzakelijk om winst te maken. Aantrekkingskracht en aangename bevindingen volstaan, waar Hollywood zich dan ook op richt. Bij een “actiefilm” een schoonkrachtige held die indrukwekkende daden doet, met spannende verhaallijn en andere opwindende zaken; alles louter aantrekkelijke beleving. Andere filmgenres volgen hetzelfde beginsel. Hoewel velen dit als onschuldig zullen zien, is de schade groot. Volksvermaak heeft een grote invloed op het vormen van waarden, in bijzonder voor de jeugd. Wat Amerikaanse films benadrukken komt in ieder geval overeen met de gehechtheid van Amerikanen aan flitsende indrukken en eenkantig denken. 


Het is immers in de vroegste levenstijd waarin een mens de grond voor zijn diepste overtuigingen vormt. Ligt de nadruk op bevredigende, onmiddellijke belevingen, hoe kan men dan diepte leren? Ware diepte leert men door geduld, ernst en bezinning, door zelfverloochening, niet zelfbevrediging. Heeft men de betekenis van die diepte geleerd, dan heeft men ook de drijfveer voor dat geduld en die ernst en bezinning. Zo is dit diepte leren van het hoogste belang voor de jeugd.


Een voorbeeld van vlakke Amerikaanse filmkunst is uit 1930: Van het westelijke front geen nieuws (All quiet on the western front). Er is iets vreemds gaande met deze film dat louter verklaard kan worden door de achtergrond van het script. De omgang en rolspelerij is onbezield, in ieder geval los van de diepte van de verhaallijn. De verklaring ligt erin dat het verhaal afgeleid is van het bekende boek van Remarque: Im Westen nichts Neues. Maar de regisseur en/of schrijvers hebben het boek niet doorleefd of gevoeld. Het eindproduct is zo als de spreuk in de mond van een dwaas: het bezit geen kracht. Maar het technisch vernuft van de film is indrukwekkend, waarschijnlijk genoeg om de scharen te trekken.


Al met al ziet men zo de gevolgen van ongebreideld winstbejag. De schadelijke werking van dit hol volksvermaak is overigens goed te vergelijken met bekende Amerikaanse hamburgerketens. Deze ontwikkelden nieuwe etenswaren met gebruik van de laatste wetenschap voor de grootst mogelijke aantrekkingskracht op de grootst mogelijke schare, zonder oog voor de gezondheid; vervolgens grootschalig aan de man gebracht. Waar uit winstbejag de voedingssector zo de lichamelijke gezondheid schaadde, schaadde de filmkunst de geestelijke gezondheid door diens vervlakkende werking. 


Maar dit brengt ons tot de vraag: waar moet de Amerikaan dan heen met zijn hooggestemde volksziel? Het gevaar dat zich hier ontwikkeld heeft is dat men bevangen raakt door losgezongen betoverde begrippen. Een begoocheling die Hollywood bevordert: betovering zonder binding met de werkelijkheid. West-Europeanen zijn vooral vervlakt door de hooggeschoolde stand, en verliezen zich zo meer in matte, kale zakelijkheid. Amerikanen aan de andere kant worden bedreigd door de valstrik van euforie en verslaving (beide ook Neptunus). Men gaat zo van euforie naar euforie, bevangen door een daarmee betovert begrip. Met betrekking tot waarden gaat het Amerikanen steeds minder om meetbare, tastbare verbeteringen, maar om de heiliging en heerschappij van een afgetrokken ideaal. 


De grote uitzondering op de vlakheid van de Amerikaanse filmkunst is de rechtbankfilm. Die biedt de Amerikaan de gelegenheid een hoger doel te verwezenlijken, gebruik makend van het reeds gevestigde hoger doel van goede rechtsregels. Plots zoeven wij naar de aarde en raken de werkelijkheid. 


Een voorbeeld is uit 1948: “Call Northside 777” (Bel Northside 777, Northside is een wijk in Chicago, onderdeel van het telefoonnummer). Het is afgeleid van een waar gebeurd verhaal, maar niet slechts losjes zoals vaak. Het werk van een journalist leidt ertoe dat een onterecht voor moord veroordeelde vrijkomt. De aanzet is de opvallende inzet van een moeder voor haar onschuldige zoon die de aandacht van de verslaggever trekt. De film biedt een waarheidsgetrouwe inkijk op het gebied van pers, politiek en rechtsgang. Zodoende zijn de verhaalgronden hoop, geloof, idealisme en de verwezenlijking ervan, door de ietwat stijve werkelijkheidszin soms wat droog, maar ook goed gegrond. Aan het eind merkt de verslaggever aan de in vrijheid gestelde op:


“Eh, kijk Frank, het is een grote zaak als een soevereine staat een fout toegeeft. Denk eraan, er zijn niet veel landen in de wereld die dat doen zouden.”


“Uh, look Frank, it's a big thing when a sovereign state admits an error. Remember this, there aren't many countries in the world that would do it.” 


Daarmee plots een bij uitstek Amerikaanse alomvattende blik voor een tastbaar ideaal. Tevens ook, erg Amerikaans, de duiding van een land eerst als bestel of wereldbeschouwingen, niet volk.


Een ander voorbeeld is “12 Angry Men“ (De 12 Gezworenen) uit 1957. De film speelt hoofdzakelijk af in de vergaderzaal, waar een burgerraad (“jury”) beslist over het lot van een aangeklaagde in een rechtszaak. Dit verschijnsel van beslissingsmacht bij gewone burgers is overigens zeer Amerikaans te noemen met dier voorliefde voor zelfbeschikking door het volk. Met dit beperkte gegeven biedt deze film meer spanning, strijd, karakters en allicht diepgang dan grote spektakelfilms, kaskrakers of niet. De echtheidsgrond biedt de beladenheid die het verhaal zijn kracht geeft. 


In dit hoofdstukdeel kan het vermaaksbedrijf Walt Disney niet ongenoemd blijven, die weerspiegelt de Amerikaanse geest ook bijzonder. De tekenfilm biedt de verbeelding onbeperkte mogelijkheden, maar aangezien de werkwijze van Disney niet afwijkt van de gewone Amerikaanse filmnijverheid zijn er weinig hoogtepunten te noemen. Het Disneyland pretpark, dat ook met goed gevolg is overgeplant in andere werelddelen, is natuurlijk bij uitstek Amerikaans, daar het gaat om het tastbaar (Saturnus) maken van wat op het scherm verbeeld (Neptunus) is. De slagzin vertolkt dit ook letterlijk: Waar dromen werkelijkheid worden (Where dreams come true). 


Amerikaans worstelen 

Amerikaanse worstelen (pro wrestlen) wordt door minder diepe denkers nep genoemd, aangezien de uitslag van het “worstelen” voorbepaald is. Maar dit is de zaken omkeren. Het gaat hier om een verhaal zo dicht mogelijk tastbaar maken, of: het verbeelde (Neptunus) zo werkelijk (Saturnus) mogelijk. 


Ten voorbeeld: Een worstelaar van een tweemanschap verraad plots, onder de neus van de toeschouwers, zijn eigen medespeler en sluit zich aan bij hun tegenstanders. Of: Een overmacht aan kwaaien slaat een worstelaar in elkaar, en boud genoeg de scheids als hij tussenbeide komt, als onvermoed opeens een gevierd worstelaar uit de tribune verschijnt en met behulp van een meegenomen klapstoeltje zonder gena alle kwaaien uitgebreid een lesje leert, recht voor de toeschouwers. Wat wil een mens nog meer? Ook hier is diepgang echter een gemis.


Veel begenadigde atleten hebben hun gezondheid aan deze, bij uitstek Amerikaanse volkskunst, geofferd. Dit ligt grotendeels aan het feit dat veel handelingen niet voorgeoefend zijn, en er soms ter plekke toe wordt besloten. Het is in die zin levende kunst en alleszins werkelijkheid. 


Een pc-spel kunst?

Door de onmiddellijke terugkoppeling draaien computerspellen logischerwijs vooral om beleving. Een met beurten werkend strategiespel biedt echter de gelegenheid voor verdieping voor een nieuwsgierige speler. Geen Amerikaans spel doet dit beter dan Sid Meiers Alfa Centauri (Sid Meier's Alpha Centauri) uit 1999. Het heeft een bij uitstek Amerikaanse invalshoek: zeven groeperingen, onderscheiden door hun waardeleringen, wedijveren met elkaar voor de heerschappij op een nieuwe planeet. De waardeleringen zijn werkelijk doordacht en over het algemeen niet eenduidig goed of slecht, en hebben invloed op de sterke of zwakke punten van de groepering die de speler kiest. Elke groepering zoekt dus zijn idealen (Neptunus) te verwezenlijken (Saturnus). 

De kijkwijze is dus, heel Amerikaans, alomvattend. Maar hier geenszins vlak. Ten eerste vanwege de bovengenoemde bredere blik op het wereldbeschouwlijke, waar in hedendaags Amerika net de lichtknopgedachte heerst: men is voor licht of duisternis door de keuze volkomen voor deze óf gene zijde. In dit spel wordt echter elke waardeleer vanuit de eigen zijde op samenhangende wijze gerechtvaardigd. Tegelijkertijd wordt het kwade vermogen ook duidelijk in de verf gezet.

Ten tweede blijkt de diepte uit de geschoolde toon, met wijsgerig verstand. Bij vorderingen in het spel worden bijpassende aanhalingen uit klassieke werken weergegeven zoals die van Plato, Aristoteles, Kant, enzovoort. Ook de leiders van de verschillende groeperingen bezitten een volwassen welsprekendheid of vernuft. Om daarvan een staaltje te geven de volgende aanhaling van de aanvoerster der “godsdienstige” groepering. 

“De Morganen (de kapitalistische groepering) vrezen dat wat niet te koop is, want een zakenmens kan niet bevatten hetgeen onbetaalbaar is.”

Zuster Miriam Godwinson, "De verzamelde preken”.


The Morgans fear what may not be purchased, for a trader cannot comprehend a thing that is priceless.

Sister Miriam Godwinson, "The Collected Sermons” 

Men zou zeggen een spreken geschikt voor de oren van hen die het welvaartsevangelie uitgedacht hebben. 

Alle leiders van de groeperingen worden een herkomst buiten Amerika gegeven, uitgezonderd de hier zonet aangehaalde. Maar vanwege de oorsprong weerspiegelt het spel natuurlijk het Amerikaanse denken eind jaren '90. De godsdienstige of christelijke groepering is bijvoorbeeld niet milieuvriendelijk, de “gezamenlijkheids”-groepering ondermijnd eigenlijk bovenstaande stelling dat geen groepering eenduidig slecht is, overeenkomstig de grote Amerikaanse eerbied voor menselijke vrijheden. Het voortschrijden van de tijd heeft een ontwikkelde inhoud zoals van dit spel steeds onwaarschijnlijker gemaakt. Bij latere verwante strategiespellen spreken leiders op een toon die bijna kinderlijk is, zonder een sprankje diepgang. De verantwoordelijke voor de wijsgerige inhoud, Brian Reynolds, heeft deze gave ook niet meer tot uiting gebracht. Voor een deel van de jeugd is gelukkig door dit spel een hoger peil gewoon gemaakt. 

Al met al is hiermee getoond dat de onderdrukte Amerikaanse Neptuniaanse verbeelding een veel groter vermogen heeft dan doorgaans voortgebracht wordt.


De kracht van de Amerikaanse volksziel 

Amerikanen snappen dat het uiteindelijk gaat om handelen. En, dat dit bepaald wordt door wat het hele verstand en hele hart gelooft. Goed en volhardend geloof is grond voor kracht en deugdzaamheid. Diep Geloof is niet kale zakelijkheid, een oppervlakkig gevoel of een dichterlijke opwelling, maar alomvattend. Dondermachtig. Heel lichaam en ziel, de grootse wereld van mens, volk, mensheid en alles komt in beweging om een nieuwe werkelijkheid te scheppen. De Amerikaanse volksziel begrijpt dat het Geloof is dat bergen verzet. (Toepasselijk is het dat het de Amerikanen zijn die de maan hebben bereikt.) Oppervlakkigheid echter verzet slechts luchtkastelen. 


Neptunus: verbeelding, geloof, geest, dromen, idealisme, hooggestemdheid, betovering, bezieling, wensdroom, wens, doelstelling, geestdrift, vrijheid, bontheid, wonderen, vervoering.

Kwade Neptunus: valse schijn, wanen, losgezongenheid, bevangenheid, losbandigheid, nepheid, bedrog, verwarring, verdroming, vervreemding, onheilsdenken, vervloeking, beheksing, dromerij, verslaving.





zaterdag 17 augustus 2024

D2. H6. Noord-Germanen, de Zweedse volksziel. De schitterende ondergang. Saturnus - Venus.

De Noord-Germanen (het IJslandse, Faeröerse, Noorse, Zweedse, Deense, volk) hebben later en minder dan de West-Germanen de vreemde invloeden van het christendom ondervonden. Dit ziet men bijvoorbeeld aan het feit dat het gros van wat bekend is van het voor-christelijke Germaanse heidendom afkomstig is van de Noord-Germanen, met name uit IJsland, denkend bijvoorbeeld aan de Edda. Ook blijft het winterfeest in verband met de zonnewende hier nog Juul heten, terwijl onder de West-Germanen de naam (Christmas, kerstfeest, Weihnachten) een christelijke oorsprong heeft. Zo ziet men dat de oudste wortels van de West-Germanen bijna geheel verdwenen zijn.

De Noord-Germanen in het algemeen worden (wegens tekort aan kennis) verder niet behandeld. Van de verscheiden volkeren worden de Denen onder even aangestipt en de Zweden uitvoeriger beschreven.

De Denen wekken de indruk van eenvoud en rondborstigheid en zouden daarmee als tweede richting Mars hebben, net als het Nederlands volk dus.

Aangaande de Zweedse volksziel is echter duidelijk dat diens tweede richting Venus is. Venus staat voor schoonheid, aantrekking, een bewuste vormgeving en stijl. Samengesteld met de algemene Germaanse richting van het gevestigde is dat bijvoorbeeld: het gevestigde of gegevene schoon doen voelen, wat niet meer veranderd kan worden innig bezielen, dat wat vast staat bewust met een stijl versieren. In het hoofdstuk over de Germaanse en Romaanse volkszielen is gesteld dat de Germaanseigen kunstvorm te vinden is in een samenstelling van Saturnus en Venus, en: “Venus toegepast op de Germaanse richting, Saturnus, is inperking, het gevestigde, het onvermijdelijke (maar ook noodlot, verlies), mooi maken, dit gebeurt in een treursspel (tragedie).“ Dit is dus ook de kunstvorm bij uitstek van de Zweden. Maar met Venus als volksziel richt men zich op het kunstzinnige in de algemeenheid (vergelijk de Romanen). De Zweden zijn zo als de kunstenaars onder de Germanen te kenschetsen.

De Zweedse ziel heeft een sterk gevoeld voor drama. Veranderingen in een leven, vooral in verband met verlies, worden zo als een doorleefde keer van het levenslot als uit een klassiek toneelstuk; belangrijke gebeurtenissen in een wereld worden als een grootse wending als in een heldendicht.

Het wegkwijnende, het einde en de dood (Saturnus ten top) wordt diep schoon beleefd, met machtig gevoel geladen, en groots als een praalgraf rijk versiert. Als de dood immers de schoonste verhevenheid bezit dan is er geen dood of verlies maar alleen winst, zelfs bij het einde; dat is het grote Zweedse zieleïnzicht, immers alles op aarde is vergankelijk en zal verdwijnen. 

Wellicht is deze zielerichting in de oude voor-christelijke Germaanse wereld van stammen en sibben ontstaan, waar een heersende krijgersgeest leidend moet zijn, al is het maar om te overleven; waar men oorlog verheerlijkt en verheft tot het roemrijkste, wat immers de krijger en stam de grootste wil geeft. Dit is allicht wereldwijd zo te stellen, maar hier staat het in verband met Saturnus: Zo vond men over geslachten het inzicht van de machtige schoonheid van de dood. Zie bijvoorbeeld Siegfrieds, zoals de Edda stelt, de grootste held die leefde en zal leven, uitgerekte einde. Of de uitverkiezing door de Walkeures van die de grootste heldendood gestorven hebben. De diepste en geestelijkste vorm is die van het offer van Odin (Woen, Wodan) aan de zichzelf (“Mijzelf geofferd aan mijzelf.”) om welbevinden en wijsheid: de schitterende (Venus) ondergang (Saturnus), het winnende verlies. Ondergang als grond voor wedergeboorte.

Het verschil met het Engelse volk, waarbij schrijven als kunstvorm bij uitstek geduid werd, is dat de Engelsen de nadruk leggen op unieke persoonlijkheden en werelden, waarbij de Zweden de nadruk leggen op de wentelingen van het verhaal en beladen of grootse verhaalachtergronden.

Opmerkelijk is dat Zweden, bijzonder gezien zijn gering bevolkingstal, zich staande heeft weten te houden bij de Angelsaksische vloed aan volksvermaak (populaire cultuur). Een goed voorbeeld daarvan, en van de Zweedse volksziel in het algemeen, is ABBA; dat ook als enige niet-Angelsaksische muziekmaker wereldwijd in zijn tijd redelijk succes had.

De melodieën vertonen vaak een mengsel van strijdende begrippen in verband met het schoon maken van verlies. Bijvoorbeeld wordt een zielsdiep gevoelde vorm van weemoed vermengd met een toon van levenslust of opgewektheid. Het is de schoonheid van het onveranderlijke. Enkele bepaalde voorbeelden:

The Winner Takes It All: Jammerlijk maar meeslepend.

De visitors: Duisternis en levenslust.

Super Trooper: Blijdschap maar ook weemoed. 

Overigens zei een van de componisten, Björn Ulvaeus, eens in een vraaggesprek:

"We werden in onze tienerjaren blootgesteld aan Amerikaanse muziek, ook Engelse muziek, maar ook Duitse schlager, Italiaanse ballades, Franse chanson, allemaal tegelijkertijd, wat, denk ik, de Amerikanen niet hadden. En wanneer we de invloeden uit al deze landen en al deze muzikale tradities nemen, en er popmuziek van maken en onze eigen Engelse teksten schrijven, wordt het iets anders, iets exotisch, denk ik."

(“We were exposed to American music in our teens, English music as well, bus also German schlager, Italian Ballads, French chanson, all of it at the same time, which Americans weren’t I think and when we take the influences from all of these countries, and all these musical traditions, and make pop music out of them and write our own English lyrics it becomes something else, something exotic, I think.”)

Helaas zijn deze voorouderlijke muziekoverleveringen voor het grootste gedeelte niet meer in ere. Het Eurovisiesongfestival bestaat bijvoorbeeld tegenwoordig vooral uit het Engels. 

Een andere goede vertegenwoordiger van de Zweedse volksziel is de film “Det sjunde inseglet” (Het zevende zegel) uit 1957, geregisseerd door Ingmar Bergman (bekend van zwaarmoedige films (erg Zweeds en Germaans)). De grootse achtergrond van een schaakspel tussen de Dood (Magere Hein) en een ridder, waar de inzet het leven van de ridder is, is werkelijk heldendichtig. De uitkomst is echter bij voorbaat bekend en zo is de film bij uitstek een treurspel. 



maandag 8 juli 2024

D1. H3. Nut en waarde 

Dit werk wil tonen dat een volk een veelheid en grootheid heeft als een berg. Een berg bekleed met schone en prachtige natuur, waar men op het hoogste punt schitterende bergpieken vindt, die een uitzonderlijk uitzicht over de wereld bieden. Elk volk heeft het schone, wat in verband staat met het onmiddellijke en alledaagse, de natuur van de berg; en het verhevene, wat in verband staat met de lange duur en het bijzondere, de bergpieken. 

Dit werk heeft als algemeen doel gevoel voor diepere waarden te bevorderen. Hierbij is het zinnig te denken vanuit de tegenpolen nut en waarde. Nut is het praktische, zakelijke, dat wat zin heeft voor een bepaald doel. Waarde is wat van zichzelf betekenis heeft, een doel op zichzelf. 

Wat betreft de betekenisvolheid van een volk verbeeldt als een berg, kan men de natuur vernietigen en kan dikke mist de bergpieken aan het zicht onttrekken. Dit gebeurt als een maatschappij zich in de tegenstelling nut-waarde, zich eenzijdig op de vervlakkende en verzakelijkende werking van nut richt. In het Westen ziet men, door de vooruitgang op stoffelijk vlak, dat men toenemend onder de invloed is geraakt van welvaart en wetenschap, met als natuurlijk gevolg dat het welzijn van het ik en zakelijk denken in het middelpunt komen te staan. Maar als men oude werken van het Westen leest, of zelfs oude alledagelijkse artikelen dan ziet men het denken doorvlocht van het hele kosmische Palet: godsdienst en wetenschap, hogere wijsbegeerte en goed boerenverstand; het baanbrekende nieuwe en de eeuwigheidswaarde van oude eerbiedwaardige overleveringen; de waarde van het ik én de gemeenschap, zoals een volk.

Johann Gottfried Herder (1744-1803) was een Duits wijsgeer en godgeleerde, bekend van het begrip tijdsgeest (Zeitgeist), maar die ook het begrip volksgeest (Volksgeist) bezigde. Hij vertolkt de uitgestrekte betekenis van een volk, in dit geval uitgaande van het begrip taal, in de volgende aanhaling uit zijn werk Briefe zu Beförderung der Humanität (Erste und zweite Sammlung) op grootse wijze:

“Hat wohl ein Volk, zumal ein unkultivierteres Volk etwas Lieberes, als die Sprache seiner Väter? In ihr wohnet sein ganzer Gedankenreichthum an Tradition, Geschichte, Religion und Grundsätze des Lebens, alle sein Herz und Seele. Einem solche Volk seine Sprache nehmen oder herabwürdigen, heißt ihm sein einziges unsterbliches Eigentum nehmen, das von Eltern auf Kinder vorgeht.”

("Is er voor een volk, vooral een onontwikkelder volk, iets dierbaarders dan de taal van zijn voorouders? In die taal leeft zijn gehele rijkdom van gedachten aan tradities, geschiedenis, godsdienst en levensbeginselen, alles zijn hart en ziel. Een dergelijk volk zijn taal afnemen of deze schaden, betekent dat men hen hun enige onsterfelijke bezit afneemt, dat van ouders op kinderen wordt doorgegeven.”)

Het is zeldzaam zo'n schitterend gevoel voor waarde in onze tijd uitgedrukt te zien. De vraag is echter: hoe kan men deze waarden werkelijk vatten als men er niet mee opgevoed is? Onbekend maakt onbemind. Terzijde zij opgemerkt hoe belangrijk het is dat een mens van de bovenlaag als Herder de geest en het hart van het volk kent en waardeert. 

Verdere opmerkingen over waardering van de volksziel in het hoofdstuk over de Amerikaanse volksziel. 


D1. H2. Schets van het stelsel waarmee hier volkszielen worden ingedeeld

Het stelsel dat als grondslag ligt van de astrologie wordt hier benut voor het indelen van de volkszielen. Om dit werk zo toegankelijk mogelijk te maken wordt hier verder niet op ingegaan. Dit stelsel is zuiver formeel of logisch zonder axiomas met een overdrachtelijke betekenis. Het wordt verklaard in de bijlage met de titel: Overzicht van het stelsel waarmee volkszielen worden ingedeeld. Deze stoelt weer op het werk: De logische grondslag van de astrologie.

In de astrologie worden vaak tien hemellichamen (daar planeten genoemd) als belangrijkst gesteld voor een zogenoemde horoscoop. Deze hebben een overdrachtelijke zielkundige duiding. Deze tien worden hier gebruikt voor de indeling van de volkszielen. Doordat deze toegepast worden op een groep, dat wil zeggen een gedeeldheid onder meerdere mensen, en niet een enkeling, vervormd de betekenis. Onder een overzicht van de hemellichamen met enkele bijbehorende kernwoorden.

Zon     middelpuntigheid, gebundeldheid, gewicht Maan gevoelens Mercurius zintuigelijkheid, onmiddellijkheid, ervaring Mars openheid, klaarheid, eenvoud Venus schoonheid, aantrekking, bewuste vormgeving en stijl Jupiter     uitbreiding, overvloedigheid, veelheid Saturnus inperking, gevestigdheid, bestendigheid Uranus binding, verzameling, bijzonderheid Neptunus veelkleurigheid, verbeelding, geloof Pluto aanhoudendheid, vasthoudendheid

Vervolgens onder een overzicht met een volk of groep volkeren die overeenkomen met de zielkundige richting van het hemellichaam en daarnaast een schets van die zielkundige richting. 

lichaam         voorbeeld                                 schets

Zon     Joodse volk         Het middelpunt voorop.

Maan Austr. oerbewoners De gevoelens als leidraad.

Mercurius Japanse volk De onmiddellijke ervaring voorop.

Venus Latijnse volkeren         Bewust van vormgeving.

Mars Slavische volkeren Het klare, opene, voorop.

Jupiter West-Afrikaanse volkeren Vol- en veelheid als leidraad.

Saturnus Germaanse volkeren Het gevestigde voorop.

Uranus Chinese volk         bewust van verbonden bijzonderheden

Neptunus Indiase volkeren         Bewuste veelkleurigheid.

Pluto Arabische volkeren Aanhouden van betrokkenheden.


In de schetsen ziet men al enigzins dat een volkszielse omschrijving inhoudt dat men een bepaald wereldgegeven voorop zet, maar omdat het gedeeld is wordt het een onuitgesproken vooronderstelling en zo als het ware de gedeelde onbewustheid. Bijvoorbeeld wordt in de Japanse volksziel de onmiddellijke ervaring of indruk door de zintuigen voorop gezet, dat wordt dan deel van het bewuste, de gedeelde eerste zaak. Men vangt de dingen in de wereld ten eerste in dat wereldgegeven. Doordenkend zal men ook voor de betreffende volkeren voor hen in de geschiedenis leidende wereldbeschouwingen herkennen. In het geval van de Japanners voornamelijk Zen. Een ander voorbeeld is, wellicht snel herkenbaar, het ééngodsgeloof van de Joden: Draaiend om één groot, heilig, God. Als leidende wereldbeschouwing draaide zo het bewuste gedeeld denken om één God, één Zijn, één persoonlijkheid, één middelpunt. Dit werd het hoogste beginsel, en leidende uitgangspunt, zodat dit het gehele denken in veronderstellingen vorm ging geven. Zie verder het hoofdstuk over de Joden.

 


Bijlage. Overzicht van het stelsel waarmee hier volkszielen worden ingedeeld

Het onderliggende stelsel dat gebruikt wordt in de astrologie wordt hier gebruikt voor het indelen van de volkszielen. Dit stelsel heeft een twee-, drie- en vierdeling als grondslag. Die hebben weer als ondergrond twee tweedelingen of tegenstellingen: inwendig-uitwendig en begaan-ondergaan. Als volgt:

Tweedeling Driedeling Vierdeling

begaan+uitwendig begaan+uitwendig begaan+uitwendig 

ondergaan+uitwendig ondergaan+uitwendig ondergaan+uitwendig

    ondergaan+inwendig ondergaan+inwendig

       begaan+inwendig


In de astrologie worden de zielkundige betekenissen van de hemellichamen met dit stelsel geduid, als volgt, met achteraan in een enkel woord de zielkundige duiding:

Zon Tweedeling begaan+uitwendig bewustheid, de wil, het ik

Maan Tweedeling ondergaan+uitwendig onbewustheid, gevoelens

Mercurius Driedeling ondergaan+inwendig denken

Venus Driedeling ondergaan+uitwendig aantrekking

Mars Driedeling begaan+uitwendig strijd

Jupiter Vierdeling begaan+uitwendig uitbreiding

Saturnus Vierdeling ondergaan+uitwendig inperking

Uranus Vierdeling ondergaan+inwendig afwijking

Neptunus Vierdeling begaan+inwendig verbeelding

Pluto Zon+Mars diepte, gevoelens aanhouden 


Van belang is bewust te zijn dat hiermee voor een ‘geborene’ of één mens een zielkundige duiding wordt gegeven. De ‘hemellichamen’ worden in dit werk echter toegepast op volkeren waardoor een andere duiding ontstaat. Feitelijk wordt, voor die bekend zijn met het stelsel, begaan-ondergaan toegepast, het gaat hier namelijk om gedeeldheid of een binding tussen leden van een groep. (Inwendig maakt de partijdige insteek, gebruikt in de astrologie voor een geborene, uitwendig is de insteek om het stelsel onpartijdig te bezien; begaan-ondergaan kan toegepast worden met vaste volgordes, zodat de tekens en huizen ontstaan; maar ook met verkozen volgordes die dan gedeeld worden met anderen, dat is dan het gedeelde met die anderen, waar ieder ook een enigsoortigheid heeft, deze laatste toepassing maakt een groepsaard.)

De hemellichamen komen ook voor een deel overeen met de zogenaamde tekens. Hiermee bekend raken, bijvoorbeeld met de zogenaamde zonnetekens, heeft daardoor een voordeel. In de sterrenwichelarij waar de ‘hemellichamen’ toegepast worden op één partij (een geborene) zijn, om redenen die hier niet gegeven worden, van de hemellichamen de tweedeling (Zon en Maan) het gewichtigst, daarna de driedeling (Mercurius, Venus, Mars), daarna de vierdeling (overigen). Voor het volkskundig gebruik geldt dit niet. Elk lid of ‘hemellichaam’, elke zielkundige richting, heeft dezelfde waarde. (Voor hen die bekend zijn met het stelsel is, ligt, kort gezegd, de oorzaak daarvan in het feit dat hier een verkozen volgorde ontstaat door begaan-ondergaan toe te passen, (de lichamen worden ‘gestapeld’) deze verkozen volgorde bepaald het gewicht van de lichamen. [Bij afzonderlijk begaan en ondergaan toe te passen was dit door alle leden te kruizen waardoor hierin een gewicht kon worden toegekend], zie De Logische Grondslag Van De Astrologie. Onder een overzicht.


lichaam voorbeeld schets

Zon Joodse volk Het middelpunt voorop

Maan Austr. oerbewoners De gevoelens als leidraad

Mercurius Japanse volk de onmiddellijke ervaring voorop

Venus Latijnse volkeren bewust van vormgeving

Mars Slavische volkeren Het klare, opene, voorop

Jupiter West-Afrikaanse volkeren overvloedigheid, uitbreiding

Saturnus Germaanse volkeren het gevestigde voorop

Uranus Chinese volk bewust van verbonden uniekheden

Neptunus Indische volkeren Verbeelding 

Pluto Arabische volkeren bewust v aangehouden gevoel


In de schetsen ziet men al enigzins dat een volkszielse omschrijving inhoudt dat men een bepaald wereldgegeven voorop zet, dat bewust wordt en zo het eerste is in het bewuste denken. Maar omdat het gedeeld is wordt het een onuitgesproken vooronderstelling en zo als het ware de gedeelde onbewustheid. Bijvoorbeeld wordt in de Japanse volksziel de onmiddellijke ervaring of indruk door de zintuigen voorop gezet, dat wordt dan deel van het bewuste, de gedeelde eerste zaak. Men vangt de dingen in de wereld ten eerste in dat wereldgegeven. Doordenkend zal men ook voor de betreffende volkeren voor hen in de geschiedenis leidende wereldbeschouwingen herkennen. In het geval van de Japanners voornamelijk Zen. Een ander voorbeeld is, wellicht snel herkenbaar, het ééngodsgeloof van de Joden: Draaiend om één groot, heilig, God. Als leidende wereldbeschouwing draaide zo het bewuste gedeeld denken om één God, één Zijn, één persoonlijkheid, één middelpunt. Dit werd het hoogste beginsel, en leidende uitgangspunt, zodat dit het gehele denken in veronderstellingen vorm ging geven. Zie verder het hoofdstuk over de Joden.


Als verwijzingsoverzicht worden onder de hemellichamen met bijbehorende kernwoorden weergegeven.


Zon middelpuntigheid, gebundeldheid, gewicht

Maan gevoelens

Mercurius zintuigelijkheid, onmiddellijkheid, ervaring

Mars openheid, klaarheid, eenvoud, allesheid, stevigheid, vastheid

Venus schoonheid, aantrekking, bewuste vormgeving en stijl, waarde 

Jupiter uitbreiding, overvloedigheid, veelheid, volheid, breedte, winst, vrijheid, humor

Saturnus inperking, gevestigdheid, regels, bestendigheid, gezag, onveranderlijkheid, 

onherroepelijkheid, grondvest, tekort, verlies, gebrek, buiten bereik 

Uranus afzondering, het eigene, oorspronkelijkheid, bijzonderheid, afwijking, 

eigenheid, verzameling, verband, verbinding 

Neptunus veelkleurigheid, verscheidenheid, verbeelding, geestelijkheid, andere wereld 

Pluto aanhoudendheid, betrokkenheid 


maandag 17 juni 2024

D3. H2. De Chinese Volksziel - De verheven, hemelse ordening. Uranus: samenbinding 

Hier wordt vooral de Han-Chinese volksziel besproken. Terzijde: Het grootste volk ter wereld. 

Het Boek der Veranderingen of I Tjing is een van de oudste en invloedrijkste boeken van het Chinese volk. Het is een boek over waarzeggerij, wijsheid en wijsbegeerte. In het boek worden betekenissen van de 64 hexagrammen van de I Tjing omschreven en behelst ook commentaren die de Tien Vleugels wordt genoemd. Het boek wordt gerangschikt onder de Vijf Alouden of Klassieken en wordt toegeschreven aan de mythologische Keizer Fuxi, een van de Drie Verhevenen.

Deze bovenstaande korte omschrijving van de achtergrond van dit aloude werk toont hoezeer afzonderlijke betekenisvolle eenheden die samengebonden worden in een getal een rol spelen in het Chinese denken, ook tegenwoordig nog zoals in beleidsrichtlijnen van de Chinese regering als de Vier Moderniseringen en de Drie Vertegenwoordigingen. Het getal moet niet altijd letterlijk genomen worden zoals bijvoorbeeld bij: het tijdperk der 100 scholen, waarin er sprake is van veel maar niet nauwgezet 100 scholen. In dit verschijnsel ziet men de eerste richting van de Chinese volksziel weerspiegelt, namelijk Uranus, dat staat voor: afwijking, bijzonderheid, uniekheid, verandering, verbinding. Anders dan bij de Engelse volksziel blijven deze uniekheden echter niet van elkaar gescheiden door de eerste Engelse richting van Saturnus ofwel inperking, hier is er sprake van een verbinding. De verscheiden eenheden, zijnde samengebonden, vormen een stelsel; het vertegenwoordigt een belangrijk onderdeel van het Chinese denken: het belang van verbondenheid (waarbij men noodwendig van meerdere verscheiden eenheden uitgaat) en het belang van het stelsel, bijvoorbeeld een maatschappelijk. De Chinese gevoelsrichting kan daardoor goed als binding of samenbinding bestempeld worden.

Een voorbeeld hiervan is het kernbegrip van de Vijf Grondverbanden uit de Confuciaanse wijsbegeerte, die tot doel hebben het bevorderen van een goede samenleving: Ten eerste is er het verband tussen vader en zoon, waar de zoon de vader moet eren en gehoorzamen en de vader de zoon moet liefhebben en opbouwen. Ten tweede het verband tussen onderdaan en heerser, waar de onderdanen trouw aan de heerser zijn, terwijl de heerser rechtvaardig en zorgzaam naar zijn onderdanen handelt. Verder nog zijn er het verband tussen echtgenoot en echtgenote, tussen oudere en jongere broer, ten slotte tussen vriend en vriend. 

Deze verbanden tonen ook hoe in het confucianisme het familieverband en een rijk overeenkomstig wordt benaderd, waar het verband tussen ouder en kind soortgelijk is aan het verband tussen heerser en onderdaan, maar waar bovengeschikten ook een belangrijke voorbeeldfunctie hebben die hun leiderschap rechtvaardigt. Deze nadruk op het stelsel en de verbanden weerspiegelt de kracht van de Chinese volksziel: te vatten dat de aard van de verbanden, de ordening, altijd bepalend is. 

Om daar verder op door te gaan een grootse aanhaling toegeschreven aan Confucius (551-479 v. Chr.) uit het boek Daxue (Grote Leer):

“Wanneer het hart van een mens goed is zal het zich ontwikkelen. Wanneer de mensen ontwikkeld zijn is het familieverband welwerkend. Wanneer de families welwerkend zijn heeft de streek goed bestuur. Wanneer de streken goed bestuurd worden is er vrede en geluk in het rijk en de wereld. Van de Zoon des Hemels (de Keizer) tot aan het gewone volk, allen moeten de ontwikkeling van het zelf beschouwen als de grondslag van alles.”

Hierin ziet men ten eerste dat de enkeling (een eenheid) altijd in verband staat met de groep (het stelsel), en waarin het belang van deze ene mens voor de groep erkend wordt, niet in kil zakelijke zin maar in de warme betekenis van hart en wil. In het Chinese denken ziet men dus het pogen samen te brengen van de enkeling en het stelsel waarin het is ingebed, waar tegelijkertijd beide recht worden gedaan. Overeenkomstig het oude Chinese begrip van eenheid tussen mens en hemel. Zaken zoals de natuur, de gemeenschap en de enkeling beïnvloeden elkander wederkerig; een hoogste doel voor een mens is daardoor een te worden met het al.

In de Chinese geschiedenis is het Confucianisme leidend geweest in de belangrijkste instellingen en daardoor naar de mening van deze schrijver algemeen in de volksziel, waar andere belangrijke levensovertuigingen, zoals Taoïsme en Boeddhisme, ingebed werden in het Confucianistische stelsel. Zoals, als bovenstaand, waar de verbetering van de inborst van de mens door Taoïsme of Boeddhisme de grond is van verbetering het rijk of maatschappij. De Chinese Volksziel is daarom ook erg praktisch te noemen.

Confucius, die dus zo'n grote rol heeft gespeeld in de Chinese geschiedenis, richtte zich dus eerst op goede zeden en maatschappelijk belang. Hij greep terug op ouder Chinees gedachtengoed en hield traditie en voorouderverering hoog. Dit betekent dat invloedrijke Chinese wereldbeschouwingen bijzonder oud zijn en daarbij inheems. Door de invloed van het confusionalisme werden de ambtenaren verhoogd ten koste van de priesters, en ook het belang van onderwijs benadrukt. Het belang van de praktijk betekent immers ook het belang van het verstand en daardoor onderwijs. Dit onderwijs was echter niet louter of voornamelijk kaal zakelijk, maar allesomvattend, zoals de volgende wijze aanhaling aangeeft uit het werk Gesprekken van Confucius:

"Als een man misleidende schoonheid vermijdt en dingen van waarde eert, als hij zijn vader en moeder met al zijn kracht dient, als hij bereid is zijn leven te geven voor zijn heer en trouw blijft aan zijn vrienden, hoewel anderen misschien zeggen dat hij geen kennis heeft, moet ik hem geleerd noemen."

Een belangrijk doel van Confucius was dan ook door onderwijs mensen ontwikkeld, beschaafd, welsprekend, maar vooral deugdzaam te maken.

De Chinese gevoelsrichting Uranus, staat niet alleen voor eigenheid, maar ook, zoals gezegd, voor verandering. Het oudste invloedrijke werk voor de Chinese volksziel heet dan ook Het Boek der Veranderingen, waarmee dit hoofdstuk begonnen is. In het algemeen is te stellen dat in de Chinese wijsbegeerte verandering het uitgangspunt is voor denken en handelen waarbij bijvoorbeeld in het westen daarentegen met het Christendom het bestendige en zekere bepalend is. Vanwege de oudheid en praktische gerichtheid van het Chinese denken kan men echter ook stellen dat de Chinese wijsbegeerte beide verandering en blijvendheid samenbrengt.

Wellicht is te zeggen dat de beroemde Chinese uitvindingen van vuurwerk en het kompas de Chinese volksgeest goed weergeven: Bij een vuurwerkvertoning is er sprake van mooie, veranderlijke, verscheiden, maar bij elkaar passende flitsen; waar bij het kompas de naald ondanks de veranderlijke omstandigheden altijd naar één richting blijft wijzen.

Om weer te benadrukken dat het in de Chinese Volksziel niet gaat om samenbrengen van kale eenheden in een stelsel of wiskundig getal, de volgende treffende en ware aanhaling uit Gesprekken van Confucius waarin men ziet dat het draait om bezielde, levende, betekenisvolle gegevenheden.

"De Meester zei: Rang zonder schoonheid; plechtigheid zonder eerbied; rouw zonder verdriet, waarom zou ik het een blik waardig gunnen?”

Maar het verstand en het maatschappelijk bestel wordt niet geringschat, zoals de volgende aanhaling uit hetzelfde werk toont.  

De Meester zei: "De edele koestert de geest, de onbeduidende man koestert slijk. Edelen vertrouwen op de wet, de onbeduidende man vertrouwt op gunst."

Het onderstaande schitterende en stijlvolle schilderij weerspiegelt verschillende genoemde beginselen van de Chinese volksziel. 


Dit schilderij toont een deel van het oude zomerpaleis, welke helaas vernield werd door een Brits-Franse strijdmacht in 1860. Opmerkelijk in de Chinese bouwkunst zijn staande vormen (vergelijk Engelse 16e eeuwse huizen) maar vooral de stijl waarbij gebouwen van één verdieping met dak en al op elkaar lijken gestapeld zodat elke verdieping zogezegd betekenis krijgt, weerspiegelend het begrip van meerdere betekenisvolle samengebrachte eenheden. In het algemeen straalt de Chinese stijl in dit schilderij en de bouwkunst een ordelijke, bestendige, warme doordachtheid uit. De invalshoek van boven is ook de insteek van een overzichtelijk stelsel zoals van een plattegrond. 


dinsdag 30 april 2024

D2. H3. De Engelse volksziel - Het volk dat het verhaal in alles ziet. Het Schone eigene. De verheven geschiedenis. De figuur van de eigenzinnige wetenschapper. Saturnus - Uranus 

Emmanuel Kant zegt over de Engelsen:

“Er ist ein schlechter Nachahmer, frägt nicht viel darnach, was andere urtheilen, und folgt lediglich seinem eigenen Geschmacke. [...] Er ist standhaft, bisweilen bis zur Hartnäckigkeit, kühn und entschlossen, oft bis zur Vermessenheit und handelt nach Grundsätzen gemeiniglich bis zum Eigensinne.“

(Hij is niet goed in nadoen, geeft niet veel om wat anderen denken en volgt alleen zijn eigen smaak. [...] Hij is standvastig, soms tot het hardnekkige af, moedig en vastberaden, vaak tot het aanmatigende af, en handelt naar grondbeginsels, doorgaans tot het koppige af.)

Dit uitgangspunt, om aan de eigen weg vast te houden, komt overeen met andere genoemde eigenschappen van de Engelsen: net omdat men een eigen weg kiest, vindt men minder snel een gedeelde toon en voelt men sneller een bepaald sociaal ongemak, vooral bij onbekenden. Sommige Engelsen zijn daardoor terughoudend, maar ook beleefd ten bate van een goede verstandhouding. (De Engelse kunstbespreker Kenneth Clark zei in zijn documentaire uit 1969 over beschaving: “Ik geloof in hoffelijkheid, het ritueel waarmee men vermijdt de gevoelens van anderen te kwetsen om jezelf tevreden te stellen.” ("I believe in courtesy, the ritual to avoid hurting other peoples feelings to satisfy ones ego."))

Een Franstalig schrijver* stelt dat de Engelsen een bepaalde “froid dignité” hebben, een koele of afstandse waardigheid. Onder het Engelse volk treft men minder een gedeeld gevoelen (en diens druk) zoals men dat op het vasteland vindt. Typisch Engels is dat men kracht in verband brengt met vasthoudendheid (de “British bulldog”) en zelfbeheersing met stijfheid (de “stiff upper lip”), een verheerlijking van het vasthouden van de eigen weg.

Als eerste insteek hebben de Engelsen als Germaans volk, zoals gezegd, dus Saturnus (gevestigdheid). De tweede insteek van het Engelse volk is Uranus, dat staat voor verzameling. Samengesteld is dat: verzameling vestigen en bestendigen. Hierdoor draait het om de blijvende verzamelde eigenschappen van iets, ofwel het unieke der dingen. Uitgebreider gesteld richt de Engelse volksziel Saturnus-Uranus op: uniekheid, eigenheid, afwijking, afzondering, bijzonderheid, oorspronkelijkheid, het eigene, verandering, plotsheid. In de praktijk vooral het eigene van mensen en werelden.

Men zou kunnen stellen dat de Engelsen als men de wereld ziet als een bos, men in bijzonder bewust en gericht is op het eigene van elke boom: de soort, grootte, vorm, ligging en levensverloop. De Engelsen eerbiedigen het eigene van de dingen, en begrijpen dat het unieke aan iets diens bestaan maakt. Zodoende kiest men voor het ik dus ook sterk een eigen weg. Men wordt minder weggetrokken of meegesleept door anderen of een omgeving. Men houdt de eigen koers aan, rechtlijnig, ofwel men houdt die staande zonder te buigen. Opmerkelijk en in verband daarmee is hoe de klare recht opgaande lijn een rol speelt in de Engelse bouwstijl, daardoor het typische Engelse gebruik van dunne “stavige” torentjes bij kerken, bijvoorbeeld bij de hoofdtoren die dan niet verdunnend eindigt in een punt maar vier dunne torentjes op de hoeken. Deze stijle stavigheid is bijvoorbeeld te zien bij paleis van Westminster, veel kathedralen, maar ook andere gebouwen. Het schept een gevoel van de wacht houden, stramheid, correctheid, ijle hoge idealen, hemelse verhevenheid. In verband daarmee lijkt Engelse schoonheid als klaar hoog gezang en kristal. Ook overeenkomt daarmee bij rond 16e eeuwse Engelse huizen het staande houtwerk, anders dan bijvoorbeeld de Duitse zigzagvormen, ziet men de balken afgezonderd (Uranus) naast elkaar als een rij I-en: IIIIII. De voornoemde kunstbespreker Kenneth Clark stelde dat in 16e eeuws Engeland huizenbouw de de kunstvorm bij uitstek was, passend, aangezien een huis of thuis als een unieke wereld op zichzelf te zien is.  Anderzijds zijn er de oude Engelse huizen met rieten daken alsof er een dikke deken op ligt, die een gezellige indruk maken. Doorgaans is het volkse gezelliger en het bovenlaagse statiger. Maar wellicht staat dit onderscheid in verband met het sterke standenverschil in het Engelse volk. Op te merken is ook nog dat de aardrijkskundige omstandigheden van de Engelsen overeenkomen met diens volksaard als deel van een eiland, afgezonderd van een groter geheel. 

Engelse humor richt zich op het zonderlinge en eigenzinnige zoals Mr Bean en Monty Python (bijvoorbeeld het ministerie van vreemde loopjes (“ministry of silly walks”)). 

De volkstaal staat altijd in verband met de volksziel. De Engelse taal en schrijfwijze komen zeker treffend overeen met het beginsel van het gevestigde afzonderlijke of eigene. Kenmerk van het Engels is dat, bijna als Chinese tekens, veel woorden een eigen schrijfwijze hebben. Dezelfde klank wordt anders geschreven voor verschillende woorden, dezelfde lettervolgorde weer anders uitgesproken. Wil men iemand die Engels leert pijnigen vraag hem ‘necessarily’ te schrijven of ‘bow’ en ‘gauge’ uit te spreken. Het Engels benadrukt zo uniekheid van woorden. Ook, zeker vergeleken met andere Germaanse talen, maakt men weinig gebruik van voegwoorden, woorden worden zo op zichzelf staand, en rechtvaardigt op die wijze ook de verkorting van woorden (eenzelfde tekst is in Nederlands en Duits aanmerkelijk langer).

Een goed vertolker van de Engelse volksaard is de eerste persoon enkelvoud in diens taal: “I”. Uniek aan het Engels, vergeleken met de talen van het vasteland is dat het geen gebruik maakt van een formele en informele tweede persoon enkelvoud zoals in het Nederlands u en jij, er is slechts “you”. De engelsman lijkt te spreken als iemand van adel, voor zichzelf gebruikt hij een hoofdletter, maar niet voor anderen. In het Duits is er een tegenovergestelde: men is zelf een “ich”, kleine beginletter, waar een ander formeel een “Sie” kan zijn, grote beginletter. Het is niet zo dat de zielkundige richting van het Engelse volk inhoudt dat men op anderen neerkijkt, meer dat men gelijken ziet, met een eerste achting voor de persoon, de eigenheid van de ene mens. Zelfs beeldend vertolkt “I” een staande mens, gehuld in en vereerd met een hoofdletter. 

Ook eigen aan het Engels is het gebruik van het woord “folk” vergelijken met andere Germaanse volkeren. Voor volk zegt men “the people”, met “people” bedoelt men echter, meer dan het Nederlandse "volk", ook gewoon mensen. Wederom ziet men hier een adellijk uitgangspunt: het volk heeft geen naam, maar is slechts de grote hoop. Het woord “folk” is naar onder gedegradeerd voor weinig ontwikkelde plattelandse dingen. De oorsprong ligt in de inval van Willem de Veroveraar in 1066. Hierdoor kreeg het Engelse volk een Franstalige bovenlaag en werd het belang van een uitwendigheid klasseonderscheid groter. Hierdoor werd bijvoorbeeld ook “folk” (Germaans) “people” (Romaans). Zo verminderde de Germaanse volksheid en diens bindingsgrond, het gevoel van een volksgemeenschap, ten bate van een sterker klassebewustzijn. Engelstaligen zijn zo het minst Germaans van alle Germanen. Anderszins werden de Engelsen sterker gebundeld onder een verenigd bestuur vergeleken met de verdeelde Germanen van het vasteland (zie bijvoorbeeld het Heilige Romeinse Rijk). Ook werd de binding tussen bestuur en volk meer geregeld door een bewust stelsel dan onbewuste overlevering en volksgevoel. Hierdoor werd wat samen bond meer bepaald door een bewuste verstandhouding dan gemeenschapsgevoel zodat de enkeling meer vrijheid werd geven op dit gebied.

Deze gerichtheid op maatschappelijke stelsels en normen is ook zeer Engels. Wat verbindt de Engelsen immers zielkundig of gevoelsmatig met elkaar als ieders weg wordt geëerbiedigd? Het is het verstandelijke en praktische wat overblijft. De gedeelde normen en nuchtere feitelijkheden worden dan de hoofdzaak. 

Het belang van gedeelde normen verklaart het Engelse gebruik om net in de rij te gaan staan, bijvoorbeeld voor de bus, en het hooghouden van “Fair Play” (eerlijk spel of sportiviteit). 

Het belang van de praktische werkelijkheid verklaart het vooropstellen van “common sense” (gezond verstand), maar ook de wijsbegeerte van het Engelse empirisme (in goed Nederlands het ervarings of ervaringsgezindheid), waarin gesteld wordt dat kennis voortkomt uit de ervaring. Anders dan de Franse en Duitse wijsbegeerte die zich zeer sterk kan richten op het overstijgende, de metawijsbegeerte of bovenwijsbegeerte, is de Engelse gericht op de praktische werkelijkheid. Dat, wat ontegenzeggelijk voor iedereen geldt. Als de eigenheid van de enkeling voor alles komt, dan zal de enkeling zijn eigen wijsbegeerte hebben. De volkswijsbegeerte, het gedeelde, moet daardoor stoelen op het tastbare, onontkenbare.

Het vooropstellen van gedeelde normen heeft gemaakt dat de Engelsen uitblinken in bewust nadenken over maatschappelijke regels en stelsels. Waar tijdens de Renaissance de bekendste geleerden van het vasteland zich vooreerst richten op letterkunde, intellectuele ontwikkeling (Erasmus), godsdienst (Luther), leiderschap (Machiavelli), richt de grootste Engelse geleerde, Thomas More, zich op maatschappelijke regels en normen in zijn bekende werk Utopia uit 1516, waarin hij ook een eigen bestuursbestel uitdacht. Aan dit werk is ook het woord utopie te danken. Tot groot voordeel van de mensheid is de ontwikkeling door de Engelsen van het parlementaire stelsel. Bij uitstek vertoont het de gave van het Engels volk om maatschappelijke stelsels voort te brengen, en heeft het daarmee met eeuwige roem overladen. De kern ervan ligt in het verhogen van een vertegenwoordigend lichaam boven dat van een vorst. Dit is niet ten eerste een vraagstuk voor studeerkamergeleerden, maar draait vooreerst om een draagvlak en gedeelde waarden, bijvoorbeeld aangaande rechtmatigheid van gezag, onder het volk.

De kunstvorm die het meest eigen is aan de Engelsen is de letterkunde. Omdat de Engelse volksziel gericht is op het gevestigde enigsoortige, worden unieke persoonlijkheden, unieke gebeurtenissen en unieke werelden in het middelpunt gezet, dat wat bij uitstek bij een verhaal aan bod komt. De letterkunde is doorgaans ten eerste gestoeld op unieke personages die men tevens inwendig bewust kan leren kennen. Waarmee dus het Engelse volkszielkundige beginsel van eigenheid en afzonderlijkheid recht wordt gedaan naast het daarmee verbonden verstandelijk begrip. Daarnaast komt ook de bewuste persoonlijkheid van de schrijver meer dan bij andere kunstvormen tot uiting. Er zijn veel beroemde Engelse schrijvers te noemen, van Shakespeare tot Tolkien, maar ook opmerkelijk is dat van andere kunstvormen men veel van het vasteland gebruik heeft gemaakt, bijvoorbeeld Holbein voor de schilderkunst en Händel voor de muziek. De eigen schilderkunst echter komt vaak overeen met een illustratie voor een verhaal, of munt daarin uit. Zie bijvoorbeeld Turners schilderij: “De vechtende Temeraire, gesleept naar haar laatste ligplaats om te worden gesloopt” uit 1838. Dat heel erg een verhaalogenblik en tijdsverwending verbeeld waarbij het verstandelijke daardoor ook een rol speelt. Hoofdzaak hierbij is het opwekkend van een verhaalgemoed. De Prerafaëlieten zijn een ander voorbeeld, waar veel schilderijen lijken op een momentopname van een toneelopvoering. Bij dit soort duidingen moet men natuurlijk altijd letten op wat in trek is in een bepaald tijdperk, genres, materiaal, en klasseinvloed. Bepalend is, bijvoorbeeld in verband met buitenlandse invloed, of een volk zijn waarachtige ziel tot uiting kan brengen. Om zo de hoogste vertolker van zijn zielkundige richting voor volk en mensheid tot uiting te brengen.

De letterkunde als de meest Engelse kunst staat ook in verband met dat Engelsen het verhaal in alles zien en zoeken. Zij zijn de verhalenvertellers van West-Europa. Er is eerder gesteld dat de typische Germaanse kunstvorm het treurspel is, waar het onvermijdelijke verlies, het onherstelbare noodlot, mooi wordt gemaakt. De Engelse begrijpen echter het beste van alle Germanen dat het verhaal, de unieke kijkwijze, de betekenis van de dingen bepaald. Engelsen zijn bijzonder goede vertellers (de eigen duiding van Uranus) van wat geweest is (het onveranderlijke van Saturnus) en hebben een groot gevoel voor het verhevene van geschiedenis. Engelsen zijn ook uitstekende documentairemakers.

Nu zijn de Engelsen geschiedkundig in enige mate een krijgszuchtig volk, vergelijkbaar met de oude Pruisen, en hebben zo veel overwinningen op hun naam staan in de geschiedenis. Elke goede Engelse vaderlander weet van Agincourt, de Spaanse Armada, Trafalgar (“England expects that every man will do his duty”), Waterloo, en de slag om Engeland. Het is echter makkelijk schrijven als men de zege behaald. Maar het is net bij een verlies waar de Engelse gave van vertellen uitblinkt. Zoals gezegd beseffen de Engelsen als geen ander dat het verhaal, niet de feiten, de winnaars en verliezers uitmaakt. Een treffend voorbeeld hiervan is de wedloop om de Zuidpool waarbij de Engelse ontdekkingsreiziger Robert Falcon Scott zijn leven verloor. Hoewel hij niet als eerste de Zuidpool bereikte werd zijn poging door het Engelse volk schoon bezongen en hij als held gevierd, waarbij opmerkelijk is hoe zijn dagboek daarbij een rol speelt, Scott beschrijft in die zin zijn eigen ondergang en opmerkelijk dichterlijk. 

Al met al ligt de wijsheid van de Engelse volksziel in het inzicht enerzijds dat men de medemens echt van dienst kan zijn als men zich niet, door inleving, in de ander verliest, waar men als het ware de ander wordt, maar door mee te leven met afstand, behoudend eigen zelfstandige kracht en onpartijdig inzicht. Iedereen heeft zijn eigen verhaal en zijn, wat men recht moet doen. Anderzijds ligt de wijsheid van de Engelse volksziel in het inzicht dat men het beste de wereld van dienst is door zich niet in de wereld te verliezen, toegespitst zijnde op de zakelijke feiten, maar door een afstandelijke wijze duiding; in bijzonder met een verhaal, dat wat alles in de wereld een ware betekenis geeft.